Reflexintegratie & onderwijs

In onze praktijk combineren we reflexintegratie, leren, horen, zien en doen met onderwijskundig vernieuwende programma’s en methoden. Onderzoek en ervaring hebben uitgewezen dat je problemen op leergebieden niet kunt aanpakken door op dezelde manier te blijven oefenen, zoals nog een keer de spellingsregels uitleggen, of een nieuw blad met honderd rekensommen doorploeteren. Dit werkt meestal niet voldoende. 

Daarom werken we met (inter)nationale methoden en methodieken die wel hun effect hebben bewezen. Hoe? Door het anders te doen! Daarbij maken we vaak gebruik van gecombineerde methodieken. Een lees- of rekenprobleem staat immers ook niet op zichzelf: stress, zelfvertrouwen, houding, waarneming, concentratie en omgeving spelen hierbij ook een belangrijke rol.  Iedereen is uniek, daarom volgt iedereen zijn of haar eigen programma tijdens de begeleiding. Hierdoor verschilt natuurlijk ook de begeleidingsduur en begeleidingsfrequentie.

Voorwaarden om te kunnen leren

Voor het leren lezen bijvoorbeeld, moeten niet alleen de reflexen die ons leren ondersteunen geïntegreerd zijn, ook moeten onze ogen en hersenen onderling en met elkaar samenwerken. Ogen die bijvoorbeeld niet goed samenwerken geven ons minder en minder betrouwbare informatie. Als het ware het verschil tussen een dik boek aan informatie om je geschiedenistoets uit te leren, of 1 A4tje daaruit krijgen. Hersenen geven onze ogen opdrachten om bewegingen te maken (saccades). Zie het als een sms, een verkeerde opgestelde sms kan niet meer worden teruggedraaid. Wanneer dit niet goed verloopt, kan dit ten koste van tempo en begrip gaan. Daarbij is een ontspannen toegang tot beide hersenhelften van belang om het geen je leest te kunnen verwerken. We werken dus zowel aan de voorwaarden als het lezen zelf, waarbij leesmotivatie een belangrijk onderdeel is. Leesmotivatie die vaak al toeneemt wanneer lezen minder inspannend wordt voor het lichaam. Daarmee neemt ook vaak zelfvertrouwen en ontspanning toe.

Het brein in balans, de dirigent en het orkest.

Wanneer de dirigent en het orkest naast elkaar werken en niet met elkaar, kunnen zij niet het gewenste concert laten horen. Dit betekent niet dat zij niet kunnen spelen of het in zich hebben om uit te groeien tot een orkest van wereldformaat. Nee het functioneert op dat moment niet optimaal, maar er kan wel wat aan gedaan worden. Je hoeft ze het alleen te leren…
Ofwel wanneer je hersenhelften niet samenwerken, kan dit lijken op stoornissen waar vaak verklaringen voor worden gegeven, maar dit betekent niet dat we er niets aan kunnen doen of dat zelfs klachten sterk kunnen verminderen….

De samenwerking en balans tussen de hersen- en lichaamshelften onderling, tussen de hersenen en de zintuigen en de interactie met spieren, als het ervaren van spanning en ontspanning zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Wist je dat..

  • de hersenstam, ook wel het reptielenbrein genoemd, het oudste deel van je hersenen is?
  • het tegelijk horen van meerdere talen voor letterlijke blokkades in je lichaam kan zorgen?
  • je lievelingskleuren iets zeggen over je hersenhelft-voorkeur?

Analyse van de problematiek

In onze praktijk kijken we naar verschillende facetten:

  • Welke reflexen zijn nog niet voldoende geïntegreerd?
  • Welke voorkeuren (links/ rechts) heb je? (Hersenhelft, hand, voet, oor, oog) Hoe is de onderlinge verhouding en is dit in balans of zorgt dit voor blokkades? Wat kunnen we hieruit verklaren, wat kunnen we verbeteren en welke adviezen kunnen we je geven zodat je bijvoorbeeld bij het volgen van instructie op de juiste plaats kunt gaan zitten. Welke leerstijl past bij jou?
  • Hoe reageer je op gebeurtenissen, bijvoorbeeld bij woede en frustratie? En waar in de hersenen vindt dit zijn oorsprong? Bijvoorbeeld een directe reactie van hevige en onbeheerste boosheid en later er direct spijt van hebben. Kan een primaire reactie zijn die zijn oorsprong heeft in de primaire hersenen (reptielenbrein). Weten waar dit gedrag vandaan komt, leert ons ook wat er er aan kunnen doen.
  • De hersenen en het sensorisch systeem. Wat zorgt voor ontspanning en wat zorgt er voor spanning? Welke invloed hebben kleuren, muziek, warmte en aanraking enz op jou en kunnen we dit inzetten om positieve veranderingen te weeg te brengen.
  • Welke activiteiten en/ of oefeningen kun je doen om jouw ontspanning te vergroten, om makkelijker te leren, om bijvoorbeeld je werkgeheugen te vergroten of om auditieve informatie beter te kunnen verwerken.

Performaal – formaalkloof

Een groot verschil tussen de talige ontwikkeling en de handelingsgerichtheid staat bekend als een performaal – verbaalkloof en zorgt vaak voor specifieke problemen die over een breed gebied een negatieve uitwerking kunnen hebben: de omgang met leeftijdsgenoten, rekenen, lezen, motorische onhandigheid, gedragsproblemen en faalangst. Natuurlijk hoeft dit niet allemaal tegelijk voor te komen, maar vaak zijn twee of drie van deze elementen moeiteloos herkenbaar aanwezig.

Via ons onderzoeksprotocol kunnen we dit nauwkeurig vaststellen. We zoeken de oorzaak en zetten structurele behandeling in. Het is mogelijk om de kloof te verkleinen door het aanbieden van een individueel programma.

Let op! Wij doen geen intelligentie-onderzoek en geven geen verklaringen of diagnoses af. Wel geven wij advies of bijvoorbeeld een intelligentie-onderzoek wenselijk kan zijn. Soms kan dit echter beter uitgesteld worden omdat de verwachting kan zijn dat de behandeling nog veel effect zal hebben op het onderzoeksresultaat.

Leren en studeren

Voor leerlingen van het voortgezet onderwijs en voor studenten kunnen wij tevens ondersteuning bieden. Naast onderzoek naar de voorwaarden, zoals reflexintegratie en zintuiglijke vaardigheden, kunnen we ondersteuning en advies bieden bij het leren, organiseren en plannen, begrijpend lezen, het leren van vreemde talen en basisvaardigheden voor de rekentoets.

Vakinhoudelijk wordt er geen bijles gegeven. Wel kunnen we op sociaal- emotioneel vlak vaak ondersteuning bieden, zoals bij pestproblematiek of motivatieproblemen. Zijn er andere vragen, neem gerust contact op om de mogelijkheden te bespreken.

Lezen, spellen en schrijven

Bij het leren lezen, spellen en schrijven zijn er meerdere voorwaarden van belang. Deze voorwaarden ontwikkelen zich al op jonge leeftijd door het integreren van reflexen. Daarmee kunnen we ook onze motoriek en zintuigen zich optimaal ontwikkelen. Ogen leren zich richten, samenwerken maar ook met beide hersenhelften. Oren ontvangen en verwerken informatie. Alles bij elkaar heeft dit direct invloed op het leerproces en de uitvoering daarvan.

Wanneer ons lichaam zich hierin niet optimaal kan ontwikkelen, kunnen we nog zo hard ons best doen, maar zullen de resultaten niet voor voldoende succeservaringen zorgen. We zien dan klachten als vermoeidheid en demotivatie.

Naast de aandacht voor de (fysieke) voorwaarden gebruiken we bij de remediëring van lezen (technisch en begrijpend), spellen en schrijven ook multi-sensorische oefeningen, Braingym en speciaal ontwikkelde methodes.

Rekenen

Bij rekenen zien we de meeste problemen met het automatiseren. Ook hier is de ontwikkeling van de leervoorwaarden van belang. We zullen dus altijd controleren of de juiste reflexen zijn geïntegreerd en of de ruimtelijke (-visuele) ontwikkeling goed verloopt. Zijn de (voorbereidende) rekenvoorwaarden aanwezig? Daarna kunnen we aan de slag met een speciale methode voor het automatiseren; JaMaRa.

Eventueel kunnen we ook aan de slag met onderdelen als tafels of klokkijken. JaMaRa is ook geschikt voor leerlingen uit het VO of studenten die hun rekenvaardigheden willen vergroten. Tevens hebben wij positieve ervaringen met leerlingen met het syndroom van Down, die hun rekenvaardigheden hebben vergroot met JaMara.

Wist je dat..

  • Lezen met verschillende kleuren en achtergronden een totaal andere uitslag kan geven?
  • Er Braingym-oefeningen zijn die je kunt doen voor het lezen, waardoor het nog beter gaat?
  • Het lastig is om op een getallenlijn het midden aan te geven, als jouw ogen een ander midden vertellen?
  • Stipsommen extra lastig kunnen zijn als je ogen de tegengestelde richting op willen lezen?
  • Er veel oefeningen zijn die je kort en leuk met de hele klas kunt doen?
  • Als je goed en regelmatig oefent met de Woordbeeldtrainer of Jamara je een achterstand van meer dan een jaar in maar een paar maanden kunt inhalen, zelfs als je dyslexie of dyscalculie hebt?

Voor het lezen, spelling en rekenen gebruiken we methodieken als Leesmatrix, Woordbeeldtrainer en JaMaRa van CNLS. Dit zijn methodieken die multi-sensorisch werken en afgestemd kunnen worden op de individuele leerling. Tevens is er software aan verbonden zodat het oefenen thuis en/ of op school nog beter gaat.

Voor scholen hebben we speciale trainingen om te verdiepen in de achtergronden en voorwaarden voor het leren lezen, schrijven en rekenen.

Meer informatie over de methodieken van CNLS

De Leesmatrix is een gestructureerde leesmethode om kinderen alsnog, opnieuw of beter te leren lezen. Leesmatrix is ontwikkeld door Will Missot van CNLS.

De opzet van de Leesmatrix is breed, omdat in onze visie de oorzaken van leesproblemen vrijwel altijd terug te voeren zijn tot:

  • neuromotorische ontwikkelingsblokkades
  • rijping van het kind (ontwikkelingsfasen)
  • visuele informatieverwerking
  • auditieve informatieverwerking
  • ruimtelijke ontwikkeling
  • automatiseringsproblemen

Vaardigheden zijn geworteld in en worden bepaald door de neuromotorische ontwikkeling van het kind. Soms speelt in dat ontwikkelingsproces onrijpheid het kind parten, maar veel vaker vormen neuromotorische blokkades de oorzaak van de leesproblemen. De ontwikkeling van het kind wordt dan belemmerd. De handrem staat er als het ware op. Het kind kan zijn capaciteiten niet aanspreken en loopt een ontwikkelingsachterstand op die kan leiden tot o.a. leesproblemen.

Lezen zowel als schrijven is een ruimtelijke activiteit, toegepast op een talig klankstelsel. Leren lezen doet een beroep op een complex verbandenstelsel dat in hoge mate bepaald wordt door de neuromotorische en mentale ontwikkeling van het kind. Op scholen wordt al sinds jaar en dag bekeken of een kind voldoet aan de zgn. leesvoorwaarden. Desondanks vallen jaarlijks heel wat kinderen in groep drie uit op het leesgebied. Die leesvoorwaardentestjes, daar heb je dus niet zo veel aan. Er moet op een andere manier bekeken worden of een kind ver genoeg ontwikkeld is om bepaalde taken die leren lezen met zich meebrengt te kunnen uitvoeren. Simpel gezegd: een kind dat kan hakken (een woord in klanken benoemen) hoeft nog niet vanzelfsprekend een kind te zijn dat ook kan plakken (van klanken een woord maken). De reden? Het betreft twee verschillende vaardigheden, gekoppeld aan twee opeenvolgende mentale ontwikkelingsstadia.

Pas als je in staat bent om te bepalen of een kind daadwerkelijk in “het juiste stadium” verkeert, is het verantwoord om met dit kind op leesgebied methodisch aan de slag te gaan. Vanuit die redenering, die volkomen wetenschappelijk wordt ondersteund, is de Leesmatrix tot stand gekomen.

De Leesmatrix is een remediërende leesmethode waarin de neuromotorische ontwikkeling als basis wordt gezien en in verband kan worden gebracht met de leesontwikkeling.

Bron: www.cnls.nl
 

Woordbeeldtrainer is een remediërende spellingaanpak waarmee kinderen alsnog, opnieuw of beter kunnen leren spellen.

Woordbeeldtrainer is ontwikkeld door Will Missot van www.cnls.nl en is gebaseerd op een aantal onderwijskundige en wetenschappelijk taalkundige inzichten:

  • Spiegelneuronen zorgen ervoor dat wij vaardigheden kunnen opdoen door imitatie. Dat geldt voor wat wij zien en horen.
  • Elk kind heeft een eigen individuele leerstijl. Die kan worden toegepast om de leerresultaten te optimaliseren.
  • We zijn in staat een mentaal beeld te vormen van klankbeeld en woordbeeld. Die beelden kunnen wij ons los van elkaar, maar ook gecombineerd mentaal voorstellen. Dit vermogen kan door oefening versterkt worden.
  • Kinderen ontwikkelen zich vanaf denken in beelden naar taligheid. Soms heeft een van deze twee sterk de overhand en is er sprake van een disharmonisch model (performaal-verbaalkloof). Er moet dan gezocht worden naar de sterke kanten van het kind om de spelling onder de knie te krijgen in plaats van het aanspreken van de zwakke kanten.
  • De verwerkingssnelheid van auditieve en visuele informatie kan sterk uiteenlopen en per kind verschillen. Het niet synchroon lopen van de auditieve en visuele verwerkingssnelheid komt vaak voor bij kinderen met spellingproblemen en dyslexie.
  • Bij spellingachterstanden moet precies en nauwgezet in kaart worden gebracht wat er geoefend moet worden. Daartoe wordt het zgn. PI-dictee ingezet. Vervolgens wordt ook de beginsituatie bepaald, zodat na verloop van tijd de vorderingen daar tegen kunnen worden afgezet.
  • Vrijwel altijd kun je spellingproblemen herleiden naar koppelings- en temporele ordeningsproblemen: niet weten welke tekens bij welke klank horen en de hoeveelheid en volgorde van de tekens niet juist weten te noteren.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leerlingen met spellingproblemen moeite hebben met het toepassen van spellingsregels (Bos &Reitsma, 2003). Ook is gebleken dat het aanleren van spellingsregels geen winst oplevert voor spellingzwakke leerlingen en dyslectici (Bos, 2004 Hilte & Reitsma, 2011). Ten onrechte wordt vaak aangegeven dat spelling alleen via spellingsregels is aan te leren. Dat is niet zo. Er zijn meer onderwijskundige verantwoorde manieren om de spelling onder de knie te krijgen.

Hoe moeten spellingszwakke leerlingen dan wel oefenen?

Het oefenen van spelling met de computer is de beste manier om de spelling van spellingzwakke leerlingen te verbeteren. Daarbij wordt eerst het hele woord getoond en uitgesproken door de computer. De leerling memoriseert het woord en het woord verdwijnt waarna de leerling het woord typt. Deze aanpak wordt wetenschappelijk onderbouwd door Bos (2004).Voor zeer zwakke leerlingen kan het daarnaast ook nog van wenselijk zijn om de woorden zelf uit te spreken voordat ze getypt worden. De woorden worden eerst uitgesproken door de computer, de leerling zegt ze na en typt ze daarna. Oefenen met de computer van kleine woordpakketten naar analogie (op elkaar lijkende woorden) geeft de beste resultaten en daarnaast kan het zinvol zijn om deze woorden in korte betekenisvolle zinnen te verwerken en die te oefenen.

WoordBeeldTrainer is een programma dat woordbeeld (visueel) en klankbeeld (auditief) in een neurolinguistische programmeersetting aan elkaar koppelt, waarbij het woord verankerd wordt in het geheugen op een manier die past bij het kind. WoordBeeldTrainer bestaat uit twee onderdelen: “WoordBeeldTrainer Coach”, “WoordBeeldTrainer particulier”.

De totale opzet van Woordbeeldtrainer komt tot in detail overeen met wetenschappelijke bevinden door vooraanstaande deskundigen.

Werkwijze

Binnen het methodisch spellingsonderwijs is er geen enkele aandacht  voor technieken om de koppeling tussen temporeel en spatieel ordenen tot stand te brengen en in te oefenen.

Hierdoor kan een kind geen juist mentaal beeld vormen van een woord om op terug te vallen. Bij gebrek aan dat beeld gebruikt het kind de enige mogelijkheid die nog voorhanden is: schrijven zoals je het hoort. En dat werkt niet in het Nederlands. Juist daardoor gaat het bij veel kinderen fout. WoordBeeldTrainer leert deze ordenings- en mentale opslagtechnieken als basis aan, het is immers een voorwaarde om goed te kunnen leren spellen. De oefenstof wordt bepaald naar aanleiding van een afgenomen instaptoets (het zgn. PI-dictee) waarmee de spellingscategorieën zichtbaar worden waar de leerling op uitvalt. De leerling leert het woordbeeld memoriseren op de manier waar het kind goed in is.

Voor de een kan dat via visuele inprinting zijn, voor de ander via het visueel voorstellen en voor weer een ander een combinatie van visueel en auditief. Motorische ondersteuning kan ook bijdragen aan het inslijpen van het woordbeeld. Bij de intake door de Woordbeeldtrainer Coach wordt vastgesteld op welke wijze de spelling het beste kan worden ingeoefend binnen de Woordbeeldtrainersetting. Doordat de aanpak wezenlijk anders is dan de standaard spellingsmethode op scholen en in Remedialteaching praktijken kunnen kinderen geholpen worden die anders de boot dreigen te missen. Ook kinderen waar de diagnose dyslexie en/of dysorthografie is gesteld blijken in de praktijk met behulp van Woordbeeldtrainer alsnog prima te kunnen leren spellen.

Bron: www.cnls.nl

JaMaRa is een rekenaanpak om kinderen alsnog, opnieuw of beter te leren rekenen. De methode is ontwikkeld door Will Missot van het CNLS. Kinderen die op school vastlopen met rekenen en waar school eigenlijk de hoop al heeft opgegeven zijn gebaat bij JaMaRa. Daar waar het op school mis gaat, pakt JaMaRa aan.

Om te kunnen rekenen moet je de volgende onderdelen onder de knie hebben:

  • Hoeveelheids- en getalbegrip
  • Getalstructuur
  • Automatiseringsvaardigheden

Deze onderdelen worden dan ook als eerste aangepakt bij JaMaRa.

Bij JaMaRa wordt er uitgegaan van de volgende punten:

  • 1 eenduidige strategie
  • zo concreet en dicht mogelijk bij het kind
  • zo min mogelijk handelingen hoeven te verrichten
  • zo min mogelijke talige rekenactiviteit
  • koppeling hoeveelheidsbegrip en getalbegrip aanbrengen
  • inzicht in getalstructuur aanbrengen
  • op de juiste wijze leren automatiseren

De eerste sessie

De eerste sessie zal een “onderzoekssessie” zijn. Hierin wordt er naar verschillende onderdelen gekeken die eventuele leerproblemen in de weg zouden kunnen zitten.

  • Vaststellen hoeveelheidsbegrip
  • Inzicht in de getalstructuur en automatiseringstechniek
  • Instaptoets om rekenautomatiseringsniveau te bepalen
  • Bespreken uitkomsten
  • Bespreken doelen
  • Opstellen handelingsplan

Een stevig fundament

JaMaRa gaat ALTIJD terug naar de basis, het fundament moet goed zijn om later met grote getallen te gaan rekenen. Wanneer het fundament tot en met 10 goed is, gaat er pas verder gerekend worden. Per sessie wordt er dan ook gekeken of uw kind toe is aan een volgend niveau. Er wordt een enkele strategie aangeleerd, die toepasbaar is op alle getallen van 1 tot oneindig. Daarnaast leert JaMaRa het kind rekenen in units plaats van tellen, waardoor het werkgeheugen niet belast wordt en het kind door kan krijgen hoe een en ander met betrekking tot optellen,aftrekken en inwisselen in elkaar grijpt.

De juiste denkstrategie

JaMaRa leert als enige rekenmethodiek het kind de juiste denkstrategie aan om tot automatiseren te kunnen komen. Het gaat er niet alleen om WAT er gedacht wordt, maar bij automatiseringstaken vooral HOE er gedacht wordt. Rekenzwakke kinderen doen dit vrijwel altijd op een verkeerde manier.

JaMaRa revalideert het denkproces. Tijdens het oefenen worden er zgn. ankers aangebracht, waarop het kind kan terugvallen. Dit zijn de steunpunten binnen de rekenhandelingen waarmee het kind niet meer verdwaalt of de kluts kwijt raakt. De eerste niveaus moeten goed beheerst worden door uw kind. Dit zal dan ook iets langer duren dan de volgende (hogere) niveaus.

Begeleiding en huiswerk

Bij JaMaRa is het de bedoeling dat uw kind een keer in de 3 weken terugkomt bij ons om te laten zien wat hij/zij kan, en om eventueel verder te gaan naar een volgend niveau. Thuis wordt er ook iets van u verwacht. Per dag moet er 1 tot 2 maal geoefend worden. Dit duurt tussen de 5 en de 10 minuten per keer. Daarnaast moet het JaMaRa computerprogramma (Windows) aangeschaft worden. Dit computerprogramma moet gebruikt worden naast de concrete materiaaloefeningen.

Bron: www.cnls.nl